Spruitbloemkool
Spruitbloemkool (BRASSICA OLERACEA CAPITATA var. BLUMINI F1)

Deze bijzondere bloemkool is superlekker!  Ze smaakt zoeter dan de gewone bloemkool met een wat nootachtige smaak.  

In het begin lijkt de groei op die van een traditionele bloemkool, maar al snel strekken de stengels zich uit en worden ze langwerpig. Zo krijgen we mini-bloemkooltjes met een lange steel.  


Planten
JANFEBMAAAPRMEIJUNJULAUGSEPOKTNOVDEC

Oogsten
JANFEBMAAAPRMEIJUNJULAUGSEPOKTNOVDEC

plantafstand

60 x 60

Serre & Buiten

Serre & Buiten

vorstgevoelig

Vorstgevoelig


Bloemkool verdient een plaatsje in de zon. Het best pas je op voorhand een ruime hoeveelheid organische bemesting toe, die je aanvult met minerale bemesting bij het aanplanten.

Bloemkool houdt van een humusrijke, vochthoudende en vooral kalkrijke grond. Vooral tijdens de koolvorming is het belangrijk dat de grond voldoende vochtig is. 

Grootste probleem bij kolen is  de koolvlieg: de koolvlieg legt haar eitjes aan de voet van de plant, de larven die uit de eitjes komen maken gangen in onze koolplanten en deze sterf af. Om de plant daartegen te beschermen kan je een koolkraag toepassen. Dat kan een eenvoudig kartonnen schijfje zijn dat je uitknipt en rond de voet van de kool legt. Op die manier belet je dat de koolvlieg haar eitjes kan leggen aan de voet van de plant. Je kan ook as rond de voet van de plant strooien.

Ook de rupsen van het koolwitje kunnen veel schade aanrichten aan de bladeren door hun vraatzucht. Om te vermijden dat het koolwitje haar eieren op de kool legt, kan je insectengaas over de kolen spannen.

Bij kolen is vruchtwisseling heel belangrijk: plant het liefst slechts om de 4 jaar kolen op dezelfde plaats om knolvoet te voorkomen. 

De stengels van spruitbloemkool zijn ook eetbaar, we oogsten ze  dus mee. 

Bloemkolen moeten geoogst zijn vooraleer het vriest. Ze bewaren ongeveer 1 week in de koelkast.